In de visie van de bemoeizorg, die werd uitgeschreven in een ethisch advies, hanteren we een lijn die loopt van het volledig respecteren van de vrijheid van de patiënt enerzijds, tot het uitoefenen van dwang tegen de wil van de patiënt anderzijds. Hoe pas je die theorie toe in de praktijk bij een patiënt die bijvoorbeeld weigert om te stoppen met roken terwijl hij een longziekte heeft? Of een diabetespatiënt die de dieetregels aan zijn laars lapt?
Het is belangrijk om niet zwart-wit te denken. We kunnen de rijkdom van de graduele lijn gebruiken. Als we starten vanuit de eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager stellen we ons beschikbaar op en informeren we zo objectief mogelijk over de voor- en nadelen van het weigeren van een behandeling zonder onze eigen voorkeur uit te spreken. Geef de concrete boodschap: “We zijn beschikbaar als je ons nodig hebt in je beslissing en we kunnen je betrouwbare informatie geven.”
Als we overgaan tot de gedeelde verantwoordelijkheid zullen we adviseren en onderhandelen.
Je geeft boodschappen als: “Ik denk dat dat het beste is. Ik zou dat adviseren.” De patiënt beslist of hij je volgt of niet. In het midden van de graduele lijn staat het onderhandelen. We maken de balans op, organiseren een overlegmoment en betrekken eventueel naasten om tot goede dialoog te komen. We proberen te komen tot een gezamenlijke beslissing.
Verder op de lijn gaan we overhellen richting overhalen, onder druk zetten, overnemen en finaal dwingen. De patiënt is het niet eens, maar laat het gebeuren zonder expliciet akkoord.
Hoe weet je of je als zorgverlener goed zit op die graduele lijn?
Je gebruikt je eigen kritische zelfreflectie. Je weegt af, want de ernst van de gezondheid en de wil van de zorgvrager zijn in elke casus anders. Hoe ernstiger het gezondheidsgevaar hoe groter de mate van bemoeizorg. Ook de beslissingsbekwaamheid van de patiënt speelt een rol. Dwang kan alleen verantwoord zijn als er een zeer ernstig gevaar is voor de gezondheid of het leven, en de patiënt onvoldoende bekwaam is om een verantwoorde beslissing te nemen.
In de algemene beleving van zorgverleners zien we teveel dwang als negatief. Maar ook teveel vrijheid kan nefast zijn.
Dat klopt. Te weinig verantwoordelijkheid nemen, kan neigen naar in de steek laten en verwaarlozen.
Welke werkwijzen kan je als zorgverlener inzetten?
Neem tijd om te praten. Betrek familieleden en zie hoe die mensen de zorgvrager kunnen beïnvloeden. Neem ook de tijd voor tussenoplossingen. Geef aan dat je ongerust bent en stel voor om bijvoorbeeld een diabetesbehandeling of een bepaald dieet gedurende een beperkte tijd te volgen. Stel voor om daarna te evalueren. Kies voor een realistische termijn die al tot een positief resultaat kan leiden. Dikwijls brengt dat inzicht bij de patiënt.
Het opbouwen van een vertrouwensrelatie benoem je ook als noodzakelijke voorwaarde.
Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is geen doel op zich. Maar streven naar vertrouwen is de voorwaarde om zorg te kunnen bieden en te kunnen ontvangen. Toon respect, betrokkenheid en zorgzaamheid. Schenk aandacht aan gevoelens en opvattingen van de zorgvrager. Wat staat voor hem of haar op het spel? Word zo bondgenoten en streef naar zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager. Dat blijft een uitdagende opdracht.
(Uit Amandus-magazine, december 2025)